Search

Geen Griekse glorierijke reus die met brutaal elán
zijn benen schrijlings plaatst op landen die hem toebehoren;
hier bij onze schone zee, staat aan de poorten van het avondgloren
een machtig vrouwspersoon met toorts, waarvan de vlam
een bliksem in zich heeft gevangen, en genaamd
Moeder van Bannelingen. Haar hand als vuurtoren
straalt een welkom naar de wereld uit; haar milde ogen
overzien de luchtbrug-haven door tweeling-steden ingeraamd.
“Landen van weleer, laat uw pracht en praal maar staan!” roept zij
met stille lippen. “Geef mij uw uitgepierden, uw armetierig soort,
uw bijeengepakte mensenmassa smachtend naar een ademvrij,
het armzalig afval dat uw ruige kust behoort.
Stuur deze, de thuislozen, de door storm geslagenen naar mij,
ik houd mijn lamp omhoog naast de gouden poort!”